|
Tijdens haar
verblijf in Parijs van april 1998 tot en met maart 1999, heeft de Nederlandse
kunstenares Karin van Dam nauwkeurig de historische en hedendaagse aspecten
van deze stad in zich opgenomen.
Parijs is een mythische stad, die voortdurend in beweging is: een wereld
op zichzelf en een mondiale draaischijf. Met name de ingrijpende stedebouwkundige
veranderingen in de 19e eeuw hebben de stad een homogeen aanzien verleend,
dat de vreemdeling voortdurend aanzet tot ontdekkingen. Parijs wordt zo
ervaren als een oude chique dame, die haar geheimen niet of nauwelijks
prijsgeeft. Enkele monumenten, die de geschiedenis al of niet geheel hebben
overleefd, vormen markeringspunten in deze stad, die men op intuïtieve
wijze voor zich hoopt te winnen.
(Parijs is ook niet "martiaal" georganiseerd zoals Londen, waar
de vreemdeling, ondanks het heterogene karakter en immense oppervlak van
de stad, een heldere routing krijgt voorgelegd.Ziehier het karakter van
de noordelijke cultuur, waar het "mannelijke" de standaard is
en achter een ogenschijnlijke transparantie en egaliteit een eigen, specifiek
gecodeerde wereld schuilgaat).
Het werk van Karin van Dam gaat over de ongrijpbaarheid van de geschiedenis,
van mythische steden en het '"vrouwelijke", in de meest brede
zin van het woord. Haar tijdelijke installaties lijken etappes tijdens
een grote reis, waarin alles in het teken staat van verandering. Zij onttrekken
zich zodoende aan iedere drang naar bezit en onderwerping.
Een belangrijke informatiebron voor haar is het boek Onzichtbare steden
van Italo Calvino, waarin de beschreven mythishe steden, elk met vrouwelijke
naam, vaak corresponderen met één van haar werken.
Eén van de verhalen, over de stad Isaura, hield Karin van Dam bezig
nadat zij haar oog had laten vallen op de Tour Saint-Jacques. Dit restant
van een voormalige kerk markeert thans,de Place du Châtelet, in
het hart van de stad. Zoals de meeste kerken en andere religieuze bouwwerken,
was zij neergezet vlakbij een waterbron. In de middeleeuwen vormde zij
een belangrijk verzamelpunt voor pelgrimstochten naar Santiago de Compostela.
Deze historische gegevens komen samen met de mythische stad Isaura:
"Van
Isaura, de stad met duizend putten, neemt men aan dat zij verrijst boven
een diep onderaards meer. Overal waar het de bewoners gelukt is water
op te pompen door diepe vertikale gaten uit te graven, tot daar en niet
verder heeft de stad zich uitgebreid: haar groenbeboste omtrek herhaalt
die van de duistere oevers van het begraven meer, een onzichtbaar landschap
conditioneert het zichtbare, alles wat zich onder de zon beweegt wordt
gestuurd door de golven die klotsen in de afgeslotenheid van een hemel
van kalkrots.
Dientengevolge zijn er twee soorten godsdiensten. Volgens sommigen wonen
de goden van de stad in de diepte, in het zwarte meer dat de onderaardse
aderen voedt. Volgens anderen wonen de goden in de emmers die, opgehesen
aan een touw, boven de rand van de put uitkomen, in de draaiende katrollen,
in de bakken van de jakobladders, in de pompzwengels, in de schoepen van
de windmolens die het waterreservoirs die op vlonders boven de daken hangen,
in de fijne bogen van de aquadukten, in alle verticale buizen, de sluizen,
de overloopputten, omhoog tot in de springfonteinen die het water hoger
opspuiten dan de stellages die afsteken tegen de lucht van Isaura, de
stad die zich helemaal de hoogte in beweegt." *
In de installatie,
die Karin van Dam beoogt voor de Tour Saint-Jacques worden historische
en mythische gegevens tot een nieuw geheel samengebracht.. De mythische
stad-samengesteld uit steigers, zwarte translucide schermen/vormen van
schaduwgaas en kleurrijke bouwmaterialen-vestigt zich tijdelijk aan de
top van de toren, letterlijk en figuurlijk in symbiose met de steigers
en hun groene afdekschermen tijdens de restauratiewerkzaamheden (waarmee
herstel van de oude situatie en daarmee verandering van de toren wordt
beoogd). De 'stad' is geconcentreerd rond een hoek. Zo lijkt het, alsof
de stad elk willekeurig ogenblik haar reis gaat voortzetten. Even onbereikbaar
voor de kijkers zijn de aan de 'stad' hangende slingers bouwemmers en
drainagebuizen. Eén bundel verbindt de stad met de plek waar ooit
de put heeft gestaan en die gemarkeerd wordt door een ringvormige constructie
van halflege haspels en ander bouwmateriaal. (Deze constructie kan dienen
als opslagruimte voor het materiaal benodigd voor de restauratie.) Zij
laaft zich aan de geschiedenis en voedt tevens als het ware de ter hande
zijnde werkzaamheden.
Met deze nieuwe, spectaculaire interpretatie van dit door ieder als bekend
verondersteld monument kan de kijker en passant zichzelf herkennen als
een vrije en onafhankelijke reiziger in de tijd en de ruimte.
(Onzichtbare steden, vertaling Henny Vlot)
|