Project Tour Saint-Jacques, Parijs 2000

Tour Saint-Jacques
Adriaan Himmelreich, januari 2000 / november 2001

Tijdens haar verblijf in Parijs van april 1998 tot en met maart 1999, heeft de Nederlandse kunstenares Karin van Dam nauwkeurig de historische en hedendaagse aspecten van deze stad in zich opgenomen.
Parijs is een mythische stad, die voortdurend in beweging is: een wereld op zichzelf en een mondiale draaischijf. Met name de ingrijpende stedebouwkundige veranderingen in de 19e eeuw hebben de stad een homogeen aanzien verleend, dat de vreemdeling voortdurend aanzet tot ontdekkingen. Parijs wordt zo ervaren als een oude chique dame, die haar geheimen niet of nauwelijks prijsgeeft. Enkele monumenten, die de geschiedenis al of niet geheel hebben overleefd, vormen markeringspunten in deze stad, die men op intuïtieve wijze voor zich hoopt te winnen.
(Parijs is ook niet "martiaal" georganiseerd zoals Londen, waar de vreemdeling, ondanks het heterogene karakter en immense oppervlak van de stad, een heldere routing krijgt voorgelegd.Ziehier het karakter van de noordelijke cultuur, waar het "mannelijke" de standaard is en achter een ogenschijnlijke transparantie en egaliteit een eigen, specifiek gecodeerde wereld schuilgaat).
Het werk van Karin van Dam gaat over de ongrijpbaarheid van de geschiedenis, van mythische steden en het '"vrouwelijke", in de meest brede zin van het woord. Haar tijdelijke installaties lijken etappes tijdens een grote reis, waarin alles in het teken staat van verandering. Zij onttrekken zich zodoende aan iedere drang naar bezit en onderwerping.
Een belangrijke informatiebron voor haar is het boek Onzichtbare steden van Italo Calvino, waarin de beschreven mythishe steden, elk met vrouwelijke naam, vaak corresponderen met één van haar werken.
Eén van de verhalen, over de stad Isaura, hield Karin van Dam bezig nadat zij haar oog had laten vallen op de Tour Saint-Jacques. Dit restant van een voormalige kerk markeert thans,de Place du Châtelet, in het hart van de stad. Zoals de meeste kerken en andere religieuze bouwwerken, was zij neergezet vlakbij een waterbron. In de middeleeuwen vormde zij een belangrijk verzamelpunt voor pelgrimstochten naar Santiago de Compostela. Deze historische gegevens komen samen met de mythische stad Isaura:

"Van Isaura, de stad met duizend putten, neemt men aan dat zij verrijst boven een diep onderaards meer. Overal waar het de bewoners gelukt is water op te pompen door diepe vertikale gaten uit te graven, tot daar en niet verder heeft de stad zich uitgebreid: haar groenbeboste omtrek herhaalt die van de duistere oevers van het begraven meer, een onzichtbaar landschap conditioneert het zichtbare, alles wat zich onder de zon beweegt wordt gestuurd door de golven die klotsen in de afgeslotenheid van een hemel van kalkrots.
Dientengevolge zijn er twee soorten godsdiensten. Volgens sommigen wonen de goden van de stad in de diepte, in het zwarte meer dat de onderaardse aderen voedt. Volgens anderen wonen de goden in de emmers die, opgehesen aan een touw, boven de rand van de put uitkomen, in de draaiende katrollen, in de bakken van de jakobladders, in de pompzwengels, in de schoepen van de windmolens die het waterreservoirs die op vlonders boven de daken hangen, in de fijne bogen van de aquadukten, in alle verticale buizen, de sluizen, de overloopputten, omhoog tot in de springfonteinen die het water hoger opspuiten dan de stellages die afsteken tegen de lucht van Isaura, de stad die zich helemaal de hoogte in beweegt." *

In de installatie, die Karin van Dam beoogt voor de Tour Saint-Jacques worden historische en mythische gegevens tot een nieuw geheel samengebracht.. De mythische stad-samengesteld uit steigers, zwarte translucide schermen/vormen van schaduwgaas en kleurrijke bouwmaterialen-vestigt zich tijdelijk aan de top van de toren, letterlijk en figuurlijk in symbiose met de steigers en hun groene afdekschermen tijdens de restauratiewerkzaamheden (waarmee herstel van de oude situatie en daarmee verandering van de toren wordt beoogd). De 'stad' is geconcentreerd rond een hoek. Zo lijkt het, alsof de stad elk willekeurig ogenblik haar reis gaat voortzetten. Even onbereikbaar voor de kijkers zijn de aan de 'stad' hangende slingers bouwemmers en drainagebuizen. Eén bundel verbindt de stad met de plek waar ooit de put heeft gestaan en die gemarkeerd wordt door een ringvormige constructie van halflege haspels en ander bouwmateriaal. (Deze constructie kan dienen als opslagruimte voor het materiaal benodigd voor de restauratie.) Zij laaft zich aan de geschiedenis en voedt tevens als het ware de ter hande zijnde werkzaamheden.
Met deze nieuwe, spectaculaire interpretatie van dit door ieder als bekend verondersteld monument kan de kijker en passant zichzelf herkennen als een vrije en onafhankelijke reiziger in de tijd en de ruimte.

(Onzichtbare steden, vertaling Henny Vlot)