Karin van Dam
karin@karinvandam.com
Installations
Pieces of land
Kunstvereniging Diepenheim
Diepenheim (2001)

more info: English

Works on paper
Books / video
Text
Biography / upcoming
Wouter Prins
Luchttekenen

 
Steden uit verre oorden, steden van heel dichtbij, gedroomde steden, serene steden, anarchistische steden. De 'stad' opgebouwd in Kunstvereniging Diepenheim mag tot de laatste soort gerekend worden. Deze installatie werd gevormd door drie, van het plafond afhangende 'trechters', bekleed met uitgesneden zwarte rubberen eilandvormen, die op hun beurt met zwart gaas waren overtrokken. Gele en zwarte pvc drainagebuizen, touwen en spanbanden verbonden de trechters met elkaar en met de grond. De vloer lag bezaaid met losse stukken buis, stootwillen en andere overgebleven bouwonderdelen.
Het was een stad zonder buitenkant. Waar men ook zocht, nergens was een plaats te vinden die een overzicht op de installatie bood. Het hermetische werk bleek zich enkel te ontsluiten aan iemand die bereid was het oerwoud binnen te dringen, aan een bezoeker die zich wilde openstellen voor de schoonheid van het ongerede en oog had voor details. Voor een hoopje gruis naast een geboord gat in de vloer, voor een gevallen naald verstrikt geraakt in het gaas, voor sporen van verbindingen die de eindfase niet haalden, voor de ritmische cadans van strak gespannen sjorriemen. En na een gewenningsperiode van turen en aftasten kwamen deze facetten, die aanvankelijk zo op zichzelf staand leken, bij elkaar en groeiden uit tot een structuur die aan het geheel ten grondslag leek te liggen. Een structuur van korte duur. Want als een bezoeker opnieuw de stad binnen was gedrongen, moest hij het onderliggende plan, het netwerk opnieuw op de chaos bevechten.
In Diepenheim ging Karin van Dam ver in haar opzet om haar publiek geen beeld voor te zetten, maar een beeld te laten ervaren. In de meerderheid van de gevallen opteert zij echter voor een meer afstandelijke benadering. Deze wordt al bereikt door het gebruik van een achter- of ondergrond, die in Diepenheim opvallend genoeg ontbrak. De achtergrond speelt een wezenlijke rol binnen haar werk. In het midden van de jaren negentig maakte zij een serie kleine stadjes, opgebouwd uit uitgeknipte zwarte architectonische en ovale papieren vormen in houten wandkastjes. Door het procédé van laag over laag kwam de voorstelling los van de witte ondergrond, het begin van haar 'ontbonden tekenkunst' zoals zij het zelf noemt.
In de jaren erna werd deze ontbonden tekenkunst van het intieme kleine, poëtische werk overgebracht naar de driedimensionale tentoonstellingsruimte. In Begane Grond, Utrecht ('97) fungeerden muren en het plafond als ondergrond, in Dortmund ('97) het trappenhuis, in Amiens ('99) een pilaar. De ontbonden tekenkunst werd hier verheven tot het niveau van 'luchttekenen'. Op de drempel van het nieuwe millennium werd de binnenruimte ingeruild voor de buitenwereld. In Utrecht werd tijdens de manifestatie Panorama 2000 het dak en de toren van de Buurkerk als ondergrond gebruikt. Meer recent was het Torentje van Almelo een zelfde lot beschoren. Aan al deze werken en projecten, hoe verschillend ook van aard en omvang, valt de uitbraak uit het achtervlak nog af te lezen. Ze staan nog net in de traditie van de collage, van de Merzbau van Kurt Schwitters tot aan de installaties van Jessica Stockholder. Een traditie waar in Diepenheim mee leek te zijn gebroken. Diepenheim gaf een beeldende impressie van de werking van de stad van binnenuit. Ook de installatie in het Centraal Museum Utrecht ('02) deed dat, maar ditmaal meer van onderuit de stad. In Utrecht oogde de compositie veel rustiger en klassieker dan in Diepenheim. De anarchie had plaats gemaakt voor lucht, ruimte en ritme.

Zo wordt de stad telkens opnieuw tot leven gewekt. De ene keer in intieme, tactiele fijne werken, de andere keer in metershoge, monumentale installaties. Met getekende materialen of met voorgefabriceerde producten. Met kleine uitgesneden papieren ovalen of met polyester vijvers. Papier, zwart krijt, touw, draad, wollen bollen, netten en gaas: het zijn de bouwstenen waarmee de stad zich als een organisme ontvouwt en ontrolt.

Zo wordt de stad telkens opnieuw opgericht. Voor een deel met hetzelfde palet, maar telkens op een andere plaats, in een andere context. Geen stad lijkt daarom dezelfde. Want de nomadische steden van Karin van Dam worden in essentie niet gevormd door putten, vijvers, tenten, ovalen doeken en lappen, maar door touwen, draden, spanbanden, elastieken en klemmen. Zij vormen de verbindingen, zij spinnen het weefsel, zij zijn de potloodstrepen in de lucht.
img/pl_1.jpg 
img/pl_2.jpg 
img/pl_3.jpg